Ik word 111. En jij?

Op het moment dat jij mijn verhaal leest, zit ik vijf dagen tussen de bergen en de honderdjarigen van Sardinië. Al jaren zeg ik: Ik word 111. Ik weet niet waarom ik dat zeg. Ik voel dat precies gewoon. En dat komt door mijn grootmoeder zaliger waarover ik al meerdere malen schreef. Ze werd 104. Ze zei al een tijdje: Ik heb een mooi leven gehad. Het is ok voor mij als ik vertrek. Maar dat zag ik nog niet zitten. Ik had net mijn partner verloren en ook haar afgeven, leek me onoverkomelijk. Dus probeerde ik haar te motiveren door te zeggen: Bomma, ik word twee jaar ouder dan jij. Dus hoe ouder jij wordt, hoe langer ook ik op deze aardbol mag blijven. Ze werd 104. Ik dus 106. Maar naar mijn gevoel klopt dat niet. Ik word 111.

“Toevallig” (jullie weten al dat ik niet in toeval geloof he) kwam het boek over de blues zones voorbij.

Een blue zone is 1 van die zeldzame plekken in de wereld waar mensen opvallend gezond en gelukkig honderd jaar worden. Niet één uitzondering in een dorp, maar hele families waarin oud worden bijna vanzelfsprekend lijkt. Er zijn er 5 in de wereld. En 1 ervan ligt in de bergen van Sardinië, meer bepaald het bergachtige binnenland van Ogliastra. Het stond op mijn wensenlijstje om deze eens te bezoeken.

En voilà, ik zit er nu. Samen met mijn zus. Wandelschoenen mee, rugzak half te zwaar geladen, en vooral veel nieuwsgierigheid. Want wat maakt dat mensen daar anders leven? En belangrijker: zouden wij daar in ons drukke Belgische leven iets van kunnen meenemen?

Geen biohacks. Geen ijsbaden om zes uur ’s ochtends. Geen dure supplementen.
De geheimen blijken opvallend eenvoudig.

Mensen bewegen er elke dag zonder het “sport” te noemen. Ze wandelen de bergen op, werken in de tuin, dragen boodschappen, zorgen voor familie. Hun dagen zitten vol natuurlijke beweging.

Ze eten lokaal en puur: groenten, bonen, zuurdesembrood, olijfolie, pecorino en af en toe een glas Cannonau-wijn. Maar misschien nog belangrijker: ze eten samen.

En dat laatste fascineert me misschien nog het meest.

Want hoe ouder ik word, hoe meer ik geloof dat gezondheid niet alleen gaat over wat je eet of hoeveel stappen je zet. Maar ook over ergens thuishoren. Over verbinding. Verbinding in de eerste plaats met jezelf en vanuit die verbinding, echte verbinding maken met anderen.

Wie aan Sardinië denkt, ziet vaak turquoise zee en luxejachten.

Maar de Blue Zone ligt net weg van die glamoureuze kust. In de bergen. In dorpen waar de tijd minder haast lijkt te hebben.

We wandelen hier tussen de kalkstenen pieken van Supramonte, langs eeuwenoude herderspaden en kleine dorpjes waar nonna’s nog pasta rollen aan houten tafels.

Ik geniet ondertussen van dat soort momenten die je niet kan plannen.

Een oude man die op een bankje zit en naar je knikt.

Een klein café waar je eigenlijk alleen een koffie wilde drinken, maar uiteindelijk een uur blijft hangen.

Een lunch die begint om twaalf en plots eindigt als de zon al lager staat.

Dat zijn vaak de momenten waarop een plek echt binnenkomt.

Wat begrijpen wij dan verkeerd over gezond leven?

We behandelen gezondheid vaak als een project.

Optimaliseren.
Tracken.
Verbeteren.

Maar hoe meer ik me hier onderdompel in de blue zone van Sardinië, hoe meer het lijkt alsof de mensen hier net mínder bezig zijn met gezond leven.

Ze leven gewoon.

Langzaam genoeg om elkaar nog te zien.

Ze hebben ritme. Structuur. Familie dichtbij. Ze eten geen ultrabewerkte rommel omdat er simpelweg verse producten zijn. Ze wandelen. Ze zitten buiten omdat het plein het verlengde van hun living is.

Misschien is dat de echte luxe geworden.
Niet een wellnessweekend of een nieuwe smartwatch.
Maar een leven waarin rust nog vanzelfsprekend mag zijn.

Natuurlijk wil ik ook de bekende plekken zien. De bergen. De kleine dorpen. Het eten.
Maar stiekem hoop ik vooral de kleine geheimen te ontdekken.

Hoe beginnen die mensen hun dag?
Waarom lijken ze minder gestresseerd?
Wat doen ze met hun tijd?
En misschien ook: wat doen ze niét?

Ik heb het gevoel dat we in West-Europa veel weten over productiviteit, maar minder over levenskwaliteit.

Misschien ligt ergens tussen deze Sardijnse bergen een herinnering aan hoe een mens eigenlijk bedoeld is om te leven.

Niet perfect.
Wel verbonden.

Wat ik zeker mee naar huis wil nemen?

Niet alleen mooie foto’s.
Maar gewoontes.

– Meer wandelen zonder doel.
– Minder DOEN
– Minder haast
– Meer buitenlucht

En misschien ook gewoon het besef dat een goed leven niet spectaculairhoeft te zijn.

Dat het soms zit in een bergpad, kijken naar zonsondergang en een gesprek met mijn zus terwijl we allebei even vergeten hoe laat het is.

Ik vermoed dat de honderdjarigen van Sardinië dat al lang begrijpen.

Ik hoop hun wijsheid mee naar België te kunnen brengen en verder met jullie te delen.

Oefening voor jullie deze week: Waar kunnen jullie deze week even vertragen?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *